Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Administratie van de Thesaurie
Deposito's en consignaties en 
verzetbetekeningen
 

     

Deposito- en Consignatiekas

---

Algemene informatie
Organigram
Contact
Nieuw op de site
Agentschappen
Beslag-Verzet
Borgtochten
Dematerialisatie
Diverse bewaargevingen
Diverse publicaties
Gerechtelijke consignaties
Rentevoeten
Vereffende vennootschappen
Wetten en Besluiten
Verjaring
Slapende tegoeden  
Formulieren
Index
Jaarverslag
Lexicon
Vraagbaak
Nuttige links
Zoeken in deze subsite
Disclaimer
Home

 

Deposito- en Consignatiekas


Wetten en Besluiten - KB van  26 september 1996 (B.S. 18 oktober 1996)


KB van 26 september 1996 (B.S. 18 oktober 1996) tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken. (bijgewerkt met het K.B. van 4 juli 2001)

Bijlage

Algemene aannemingsvoorwaarden voor de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten en voor de concessies voor openbare werken.

art 5.§ 1. Bedrag van de borgtocht.

De borgtocht dient als onderpand voor het nakomen van de verplichtingen van de aannemer tot de opdracht volledig is uitgevoerd. Zij wordt bepaald op 5 percent van de oorspronkelijke aannemingssom.

De berekeningsbasis van de borgtocht van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen en diensten die geen totale prijs vermelden, wordt vastgelegd in de documenten betreffende de opdracht. Zoniet stemt de berekeningsbasis overeen met het geraamde maandelijkse bedrag van de opdracht vermenigvuldigd met zes.
Het aldus bekomen bedrag wordt (naar het hoger tiental in euro) afgerond.

Worden evenzo afgerond, de aanvullende bedragen in speciėn van de gedeeltelijk in publieke fondsen gestelde borgtocht, alsmede de gedeeltelijke terugbetalingen van de borgtocht overeenkomstig de opdracht.

Tenzij het bestek het anders bepaalt, wordt geen borgtocht geėist:

1° voor de opdrachten voor aanneming van leveringen en van diensten waarvan de uitvoeringstermijn dertig kalenderdagen niet overschrijdt;

2° voor de opdrachten voor aanneming van diensten in de zin van de categorieėn 6,21,24 en 25 van bijlage 2 van de wet.

§ 2. Aard van de borgtocht.

Overeenkomstig de wets- en reglementsbepalingen kan de borgtocht hetzij in speciėn of publieke fondsen, hetzij onder de vorm van een gezamenlijke borgtochtstelling worden gesteld. De borgtocht kan eveneens worden gesteld via een waarborg toegestaan door een kredietinstelling die voldoet aan de voorschriften van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen of door een verzekeringsonderneming die voldoet aan de voorschriften van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekerings-ondernemingen en die toegelaten is tot tak 15 (borgtocht)

 § 3. Borgtochtstelling en bewijs van borgtochtstelling.

De borgtocht moet door de aannemer of door een derde gesteld worden binnen dertig kalenderdagen volgend op de dag van de gunning van de opdracht, tenzij het bestek in een langere termijn voorziet.
Binnen deze termijn stelt de aannemer de borgtocht op een van de volgende wijzen :
  1° wanneer de borgtocht in speciėn wordt gesteld, door storting van het bedrag op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas of van een openbare instelling die een functie vervult die gelijkaardig is met die van genoemde Kas, hierna genoemd openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
  2° wanneer de borgtocht uit publieke fondsen bestaat, door neerlegging van deze voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas in handen van de Rijkskassier op de zetel van de Nationale Bank te Brussel of bij een van haar provinciale agentschappen of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
  3° wanneer de borgtocht gedekt wordt door een gezamenlijke borgtochtmaatschappij, door neerlegging via een instelling die deze activiteit wettelijk uitoefent, van een akte van solidaire borg bij de Deposito- en Consignatiekas of bij een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
  4° wanneer de borgtocht gesteld wordt door middel van een waarborg, door de verbintenisakte van de kredietinstelling of van de verzekeringsonderneming.
 

Het bewijs wordt geleverd naar gelang van het geval door overlegging aan de aanbestedende overheid van :
  1° hetzij het ontvangstbewijs van de Deposito- en Consignatiekas of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
  2° hetzij het debetbericht van de kredietinstelling of van de verzekeringsonderneming;
  3° hetzij het deposito-attest van de Rijkskassier of van een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
  4° hetzij de originele akte van solidaire borg, geviseerd door de Deposito- en Consignatiekas of een openbare instelling die een gelijkaardige functie vervult;
  5° hetzij het origineel van de verbintenisakte opgemaakt door de kredietinstelling of de verzekeringsonderneming die een waarborg heeft toegestaan.

 

Deze documenten, ondertekend door de deponent, vermelden waarvoor de borgtocht werd gesteld en de precieze bestemming, bestaande uit de beknopte gegevens betreffende de opdracht en verwijzing naar het bestek, alsmede de naam, voornamen en volledig adres van de aannemer en eventueel deze van de derde die voor rekening van de aannemer het deposito heeft verricht, of met vermelding "geldschieter" of "gemachtigde" naargelang het geval.

De termijn bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort tijdens de sluitingsperiode van de onderneming van de aannemer voor de betaalde jaarlijkse vakantiedagen en de inhaalrustdagen die op reglementaire wijze of in een algemeen bindende collectieve arbeidsovereenkomst werden bepaald. Indien het bestek dit vereist, dienen deze periodes te worden vermeld en bewezen in de offerte of dienen zij, van zodra zij bekend zijn, onmiddellijk te worden medegedeeld aan de aanbestedende overheid.

§ 4. Aanpassing van de borgtocht.

Wanneer de borgtocht door om het even welke reden niet meer aangepast is, met name als gevolg van de ambtshalve afhoudingen door de aanbestedende overheid, de bijkomende prestaties of de door de aanbestedende overheid besloten wijzigingen, welke het oorspronkelijk bedrag van de opdracht zonder belasting op de toegevoegde waarde met meer dan 20 percent doen af- of toenemen, dient de borgtocht te worden aangevuld ten belope van het vroegere bedrag of te worden aangepast.

Wanneer de borgtocht niet meer integraal is gesteld en de aannemer nalaat het ontbrekende aan te vullen, kan de aanbestedende overheid van de te betalen bedragen een som, gelijk aan het ontbrekende afhouden en deze aanwenden om de borgtocht terug aan te vullen te stellen.

Top


Informatie: Deposito- en Consignatiekas, A. Verschueren Webauteur: Brigitte Degeest
Informatie laatst gewijzigd op 26/11/2009